Het jaar was 2017, ik werkte bij de Belastingdienst als analist en deze zin stond in de ik-weet-niet-meer-hoe-veel leidende principes van mijn dienstonderdeel. Ik vond het een hilarische manier om te zeggen dat je eerst wil dat dingen werken en dan pas wil dat dingen efficiënt werken. Vooral omdat deze formulering een prachtig voorbeeld is van precies dat. Staat hier iets zinnigs? Volgens mij wel. Staat het er op een efficiënte manier? Absoluut niet. Ik heb de zin wel 10 keer moeten lezen voor ik begreep wat er stond.
Toch denk ik er vaak aan, want ondanks de bizarre formulering is het een goed idee en ik zeg deze zin dus ook vaak in mijn dagelijkse leven. Soms tegen mezelf, soms tegen anderen, die dan wel even glazig kijken.
Het is voor mij een probleem waar ik vaak in vastloop en dat ik ook bij anderen vaak tegenkom. Afgelopen weekend was de afvoerslang van mijn vaatwasser losgeraakt. Een enorme plas water op de grond en twee keukenlades en hun inhoud zeiknat. De vloer dweilen ging nog wel, maar bij de lades liep ik vast in het efficiëntievraagstuk.
De gedachtenketen ging zo: Als ik al die spullen uit de lades moet pakken en ze afdrogen, kan ik natuurlijk het beste meteen de lades schoonmaken, al die spullen ook even uitzoeken en opnieuw indelen. Ik had al langer het idee om ook de planken in de keuken anders in te delen, dan haal ik die ook meteen leeg en zoek het uit. Als alles dan leeg is, is het ook het moment om alles goed schoon te maken. Wil ik misschien ook schilderen? Dat kan dan ook mooi meteen, etc. Voor ik het wist was ik twee uur verder en die lades waren nog steeds zeiknat.
Het is inderdaad efficiënter om direct al deze dingen te doen als ik dan toch alles uit die twee lades heb. Het jammere is alleen dat dat niet is wat er gebeurt als ik zo denk. Wat er gebeurt is dat ik nu geen tijd hebt voor de voorjaarsschoonmaak en eigenlijk ook niet de energie. Het was een lange week en ik was juist zo blij dat ik in het weekend even niks hoefde te doen. Wat er gebeurt is dat de dingen efficiënt willen doen ervoor zorgt dat ik helemaal vastloop en er niets meer gebeurt.
En dan denk ik aan de leidende principes van de dienst informatievoorziening van de Belastingdienst in 2017. Ik spreek mezelf streng toe: Het instrumentaliteitsvraagstuk komt voor het efficiëntievraagstuk! Het allerbelangrijkste is dat ik een plan bedenk dat een grote kans heeft om ook echt uitgevoerd te worden. Het plan moet simpel zijn, klein, overzichtelijk, afgebakend. Dus haal ik mijn twee laatjes leeg, maak ze schoon, zoek de spullen een klein beetje uit, leg ze terug. Over drie weken doe ik wel iets met die plankjes en moet ik waarschijnlijk mijn laatjes nog een keer uitruimen en anders indelen. Efficiënt? Nee. Maar wel een antwoord op het instrumentaliteitsvraagstuk.


